Nieuws

Wwz bemoeilijkt oplegging non concurrentiebeding aan tijdelijke werknemers van de franchisenemer

Wwz bemoeilijkt oplegging non concurrentiebeding aan tijdelijke werknemers van de franchisenemer

Het is gangbaar dat de franchisegever in de franchiseovereenkomst een concurrentiebeding opneemt die de franchisenemer verbiedt om tijdens of na de franchise in zijn rayon activiteiten uit te voeren die verband houden met de activiteiten die hij onder de franchiseovereenkomst verricht. Ook komt het voor dat de franchisenemer wordt verplicht om een soortgelijk concurrentiebeding aan zijn werknemers op te leggen. Een dergelijk concurrentiebeding kan op gespannen voet staan met de eisen die de Wet werk en zekerheid (Wwz) stelt aan non-concurrentiebedingen bij tijdelijke arbeidscontracten.

De Wwz

Door de inwerkingtreding van de Wwz is het voor werkgevers lastig geworden om een non-concurrentiebeding op te nemen in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Het uitgangspunt in de Wwz is namelijk dat een concurrentiebeding bij tijdelijke contracten in principe niet mogelijk is. Hiermee wil de wetgever voorkomen dat de werknemer ‘dubbel’ nadeel ondervindt. Immers, enerzijds werkt een concurrentiebeding belemmerend bij een overstap naar een andere baan, terwijl anderzijds bij aanvang vast staat dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in beginsel van korte duur is.

In de memorie van toelichting van de Wwz wordt evenwel opgemerkt dat het kan voorkomen dat een tijdelijke werknemer bijvoorbeeld specifieke werkzaamheden verricht of in een specifieke functie werkzaam is, waarbij het voordeel voor de werkgever bij een concurrentiebeding wel kan opwegen tegen het nadeel voor de werknemer. Voor dergelijke gevallen wordt een uitzondering op het verbod toegestaan. De werkgever moet in dat geval schriftelijk motiveren dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Deze afweging moet voor de werknemer wel kenbaar zijn. De werkgever moet daarom gemotiveerd aangeven welke bedrijfs- of dienstbelangen het betreft en waarom die een concurrentiebeding vereisen. Zonder die motivering is het beding nietig.

Dat dit geen gemakkelijke opgave is en dat de lat in de jurisprudentie erg hoog ligt, blijkt onder meer uit de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 23 juli 2015.

Wat te doen bij franchise?

De vraag die in dit kader rijst is hoe hiermee moet worden omgegaan in het geval de franchisegever in de franchiseovereenkomst een bepaling opneemt die de franchisenemer verplicht om een concurrentiebeding aan zijn (tijdelijke) werknemers op te leggen. Het ligt voor de franchisenemer die met tijdelijke contracten werkt voor de hand om met de franchisegever in onderhandeling te treden om het concurrentiebeding hierop aan te passen. Franchisenemers die al verplicht zijn om hun werknemers een concurrentiebeding op te leggen en niet zeker weten of zij aan deze verplichting kunnen voldoen, zou ik adviseren om het beding zekerheidshalve toch op te leggen aan de werknemer en daarbij duidelijk aan te geven waarom het beding vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen noodzakelijk is. De rechter zal dan aan de hand van de omstandigheden van het geval toetsen of het non-concurrentiebeding rechtsgeldig is.

Vragen?

Indien u vragen heeft naar aanleiding van dit artikel, kunt u contact opnemen met ons door het sturen van een e-mail: mail@franchise-wijzer.info