Nieuws

De argumentatie voor het “afzinken” van de Nederlandse Franchise Code overtuigt niet

In het Financieel Dagblad van 12 april 2016 pleiten mr. Jansen en mr. Spaargaren van Lexence Advocaten tegen de wettelijke verankering van de Nederlandse Franchise Code (NFC). Hiervoor dragen zij in hun artikel een aantal argumenten aan, die wat ons betreft niet overtuigen.

Volgens Jansen en Spaargaren zal de wettelijke verankering van de NFC leiden tot een administratieve lastenverzwaring, omdat de NFC te gedetailleerd zou zijn. Hier verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet: met alle bijlagen, inkoopvoorwaarden en instructies in een handboek vormt het doorsnee franchisecontract een indrukwekkend boekwerk, waarin vooral de verplichtingen van de franchisenemer tot in detail zijn uitgewerkt. Kortom, men is in de branche wel wat gewend als het op administratieve lasten aankomt.

Ook voeren Jansen en Spaargaren aan dat een zekere ongelijkwaardigheid tussen franchisegever en franchisenemer een vereiste is voor een flexibele franchiseorganisatie. Zij lijken daarmee hun peilen te richten op de bepalingen in de NFC die beogen het overleg binnen de franchiseorganisatie te stimuleren indien het gaat over belangrijke wijzigingen in de organisatie. Die weerstand is naar onze mening misplaatst. Ook de franchisegever heeft immers baat bij periodiek overleg om belangrijke beleidsmatige veranderingen met zijn franchisenemers te bespreken, zodat de formule profijtelijk blijft voor zowel de franchisegever als de franchisenemer. Overleg creëert draagvlak en voorkomt dat er ingrijpende koerswijzigingen in het franchisemodel worden doorgevoerd die slechts het belang van de franchisegever dienen.

Aan het einde van hun opiniestuk schrijven Jansen en Spaargaren dat de rechter van misstanden in de franchisebranche niets wil weten. Ze verwijzen hierbij naar drie gerechtelijke uitspraken in eerste aanleg, waarvan de hoger beroepstermijn op het moment van verschijnen van hun opinie nog niet eens was verstreken. Eén zwaluw maakt bovendien nog geen zomer. Wij kunnen diverse voorbeelden noemen van uitspraken van (hogere) rechters die in het voordeel van de franchisenemer zijn uitgevallen. Maar ook deze uitspraken zijn niet illustratief voor de wijze waarop rechters tegen de verhoudingen tussen franchisenemers en -gevers aankijken. Daarvoor is de rechtspraak te verdeeld, juist bij gebrek aan duidelijke regels.

De NFC is na langdurig overleg tussen vertegenwoordigers uit de franchisebranche tot stand gekomen en uit een recent onderzoek van De Nederlandse Franchisegids blijkt ook dat het merendeel van de franchisegevers de code onderschrijft. De discussie over de wettelijke verankering van NFC is daarom wat ons betreft een gepasseerd station. In ieder geval overtuigt de argumentatie van Jansen en Spaargaren voor het afzinken van NFC niet.

Vragen

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem gerust contact op met mr. Mieke Verhoeff of mr. Menachem de Jonge door het sturen van een mail naar mail@franchise-wijzer.info