Nieuws

(Te) rooskleurige marktonderzoeken: welke opties heeft de gedupeerde franchisenemer?

Een franchisenemer in spé zal de omvang van het ondernemersrisico dat hij als franchisenemer loopt willen inschatten, voordat hij tot een franchiseorganisatie toetreedt. Een onderdeel daarvan is de beoordeling van de omzet die met de exploitatie van de onderneming door de franchisenemer behaald kan worden. Regelmatig komt het voor dat de franchisegever – die een eigen belang heeft bij het sluiten van een contract met de ondernemer – een marktonderzoek laat uitvoeren door een externe deskundige. Het is voor de ondernemer verleidelijk om op de resultaten van dit onderzoek af te gaan. Maar wat als achteraf blijkt dat het marktonderzoek veel te rooskleurig is voorgesteld? Wie kan de ondernemer dan aanspreken? De franchisegever? De externe deskundige?

Street One-arrest

Op deze vragen heeft mr. W.L. Valk in zijn conclusie bij het arrest van de Hoge Raad inzake de formule ‘Street One’ van 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:311) een antwoord gegeven. Voor aansprakelijkheid van de franchisegever bestaat volgens mr. Valk niet snel aanleiding. De franchisegever heeft het onderzoek immers aan het onderzoeksbureau uitbesteed en vertrouwt ook zelf op de inhoud van dit onderzoek. Alleen als blijkt dat de franchisegever zelf op de hoogte was van fouten in het onderzoek en vervolgens heeft nagelaten om de ondernemer hiervan opmerkzaam te maken, is de franchisegever zelf aansprakelijk. Ook zou de ondernemer het onderzoeksbureau aansprakelijk kunnen stellen met het argument dat het onderzoeksbureau bij de totstandkoming van het marktonderzoek niet gehandeld heeft zoals in vergelijkbare omstandigheden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Voorwaarde is wel dat het onderzoeksbureau zich bewust was, althans behoorde te zijn van de mogelijkheid dat het marktonderzoek aan de ondernemer ter beschikking gesteld zou worden.

Staat de ondernemer tegenover de franchisegever dan met lege handen? Wij denken van niet.

Beroep op dwaling

De ondernemer zou de franchiseovereenkomst kunnen terugdraaien (vernietigen) met een beroep op dwaling. Voor een geslaagd beroep op dwaling is niet vereist dat de franchisegever van de fouten in het marktonderzoek afwist (zie het Paalman/Lampenier arrest, ECLI:NL:HR:2002:AD7329, rechtsoverweging 3.3.2.).

Exoneratiebeding

Stel dat het onderzoeksbureau met de franchisegever een exoneratiebeding heeft afgesproken. Kan het onderzoeksbureau dit beding tegen de ondernemer inroepen? In beginsel niet. Contractuele bedingen gelden alleen tussen de partijen bij het contract. Op dat uitgangspunt kan wel een uitzondering worden gemaakt, maar dan moet er meer aan de hand zijn. Dan moet de ondernemer bij het onderzoeksbureau bijvoorbeeld het vertrouwen hebben gewekt dat zij het exoneratiebeding ook zou kunnen inroepen tegen de ondernemer (zie Hof Den Bosch 17 maart 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:915). Dat was bijvoorbeeld het geval in het arrest van de Hoge Raad van 12 januari 1979 (NJ 1979, 362, Securicor).

Tot slot

Een franchisenemer in spé, die op basis van onjuiste informatie met een franchisegever in zee gaat, heeft dus verschillende opties om zijn schade te verhalen. Echter, het succes van een procedure hangt af van allerlei factoren. Om zo min mogelijk risico te lopen, doen franchisenemers in spé er goed aan om al in een vroeg stadium voorafgaand aan de start van de onderneming (zelf) informatie te verzamelen over de kansen en risico’s van de onderneming, en niet (voetstoots) af te gaan op informatie van de franchisegever.


Vragen?

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem gerust contact met ons op door het sturen van een e-mail naar: mail@franchise-wijzer.info.