Nieuws

Franchiseneemster met betalingsachterstand hoeft franchisegever niet te betalen

"Uit deze uitspraak blijkt dat in kort geding de franchisegever met lege handen staat, omdat de vordering niet voldoende vaststaat."

Franchisegever Brilmij heeft recent – zonder succes – geprobeerd om in kort geding voor de Rechtbank Amsterdam een geldvordering toegewezen te krijgen tegen een franchiseneemster met een betalingsachterstand. Deze betalingsachterstand was ontstaan, omdat de omzet die Brilmij eerder had voorspeld, niet uitkwam. De baten bleken onvoldoende om de vaste kosten te dekken. De franchiseneemster had daarom de franchiseovereenkomst en aanverwante overeenkomsten eind 2018 buitengerechtelijk vernietigd wegens dwaling.

In het kort geding voerde de franchiseneemster ter verweer aan 1) dat Brilmij als franchisegever ondeugdelijke (omzet)prognoses had verstrekt. Zij voerde verder ook aan dat op grond van de Wet acquisitiefraude het aan de franchisegever is om te bewijzen dat haar prognoses deugdelijk zijn.

Ook meende zij dat zij 2) door inmenging van Brilmij een te hoge koopprijs voor de winkel had betaald. Brilmij voorkwam daarbij dat de franchiseneemster contact opnam met de vorige eigenaar van de winkel om nadere informatie te verkrijgen.

Verder stelde zij 3) dat Brilmij haar zorgplicht had geschonden, door te blijven leveren en zo de achterstand te laten oplopen zonder zicht op verbetering. Daardoor was meer en meer sprake van overkreditering, te weten een situatie waarin de exploitatie onvoldoende was om aan de oplopende rente- en aflossingsplichten te kunnen voldoen.

Ook wees de franchiseneemster erop 4) dat op 2 januari 2019 Brilmij de winkel had opengebroken en in bezit genomen. Omdat Brilmij daardoor volledig beschikte over de winkel, was de achterstand door de waarde van de winkel – zo nodig – ook al voldoende gedekt. Brilmij had de franchiseneemster drie jaar eerder namelijk geadviseerd om circa 309.000,- euro te investeren. Die investeringswaarde vond zij kennelijk passend.

In de uitspraak in het kort geding stelt de rechter vast dat voor toewijzing van een geldvordering in kort geding slechts plaats is als 1) het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn en 2) uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is. De rechter oordeelt dat vanwege de door partijen in het geding gebrachte stukken en het gemotiveerde verweer van de franchiseneemster het bestaan en de omvang van de vordering van Brilmij onvoldoende aannemelijk is geworden.

De rechter houdt er tegelijkertijd rekening mee dat de vernietiging wegens dwaling in een bodemprocedure gegrond zal worden geacht. De rechter acht niet uitgesloten dat Brilmij in de precontractuele fase onrechtmatig heeft gehandeld. Daaraan doet volgens de rechter niet af dat de franchiseneemster de onderneming niet van Brilmij maar van een derde heeft gekocht. Vast staat immers volgens de rechter dat Brilmij een regisserende rol speelde, waarbij hij aannemelijk vindt dat Brilmij in de precontractuele fase de verkoper en franchiseneemster nauwelijks in de gelegenheid stelde tot onderling contact en tegelijkertijd tegenover de franchiseneemster geruststellende verklaringen gaf.

Van belang voor franchisenemers

Onze wetgever heeft buitengerechtelijke vernietiging wegens dwaling mogelijk gemaakt. Als franchisenemer kunt u daar gebruik van maken om contractuele plichten af te schudden, ook als u geen (dure) rechtszaak kunt bekostigen.

In deze zaak zijn de gegevens van andere franchisenemers op zijn minst nuttig geweest voor de bewijspositie van de franchiseneemster. Het is dus belangrijk dat franchisenemers samenwerken en elkaar informeren. Op die manier kunnen zij hun kennis- en informatieachterstand verkleinen en zo hun gezamenlijke positie versterken.

Van belang voor franchisegevers

Zorg voor eerlijke/transparantie informatie vooraf. Probeer acquisitiedoelstellingen niet te vermengen met een adviserende rol in de precontractuele fase. Een geldvordering in kort geding moet verder voldoende aannemelijk zijn. Bij complexe discussies over (on)deugdelijke prognoses is het voeren van een kort geding zelden geschikt, zo blijkt uit deze uitspraak.

Meer weten?

Neem gerust contact met ons op door het sturen van een e-mail naar: mail@franchise-wijzer.info.